Zwart

replica paneraicartier replica watches






Zeven posities


1. Gewicht                                                             10 punten
2. Type, bouw en stelling                                   20 punten
3. Pels en pelsconditie                                       20 punten
4. Kop en oren                                                     15 punten
5. Dekkleur en buikkleur                                    15 punten
6. Tussen- en grondkleur                                  15 punten
7. Lichaamsconditie en verzorging                    5 punten
                                                                              ____
                                                                    Totaal 100 punten

1. Gewicht


Het gewicht bedraagt 3.5 – 4.5 kg.

De puntenschaal voor het gewicht bedraagt:

gewicht   3.5 - 3.6       3.7 - 3.9      4.0 - 4 .4             4.5 kg
punten          8                   9                 10                    9

 

2.Type, bouw en stelling

Het type is walsvormig (typegroep B) en breed in schouders en achterhand. Van bovenaf gezien vormt het een rechthoek (walsvormig type). De benen zijn stevig en normaal van lengte. Het ras is middelhoog gesteld. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel. Bij overjarige vrouwelijke dieren is een geringe wamaanzet of halskraagje toegestaan.

3. Pels en pelsconditie

De pels is van normale lengte, zeer dicht ingeplant en rijk aan onderhaar. De pels is stevig van structuur en moet goed aanliggen. De grannenharen mogen niet te ver boven het dekhaar uitsteken.

Pelsconditie

Ideaal is een geheel doorgehaarde pels zonder een dun behaard of kaal plekje. De pels moet glanzend en aanliggend zijn. Verharing herkend men duidelijk aan de oude afstervende haren en het nieuwe krachtig gekleurde haar, dat al is waar te nemen. Niet enkele in het rond vliegende haren, maar flink loslatend haar is als verharing te beschouwen.

Een fraaie pels moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
> Het haar moet regelmatig van lengte zijn.
> Het haar moet goed aanliggen.
> De verhouding grannen-, dek en onderhaar moet fraai zijn.
> De elasticiteit van het grannen- en dekhaar moet stevig zijn.
> De pels moet glanzen.
> De pels moet volledig door gehaard zijn.
> Bij inblazen mag de huid niet waarneembaar zijn.

 

4. Kop en oren

De kop is krachtig ontwikkeld met breed voorhoofd brede snuit. De kaken en wangen zijn sterk ontwikkeld. Het neusbeen is iets gebogen. De oren zijn vlezig van structuur, relatief breed, goed behaard en met lepelvormig afgeronde oortoppen. De oren worden V-vormig gedragen en hebben een open oorvorm. De oorlengte is 12 - 13.5 cm, ideaal is 12,8 cm. Het geheel in harmonie met het lichaam.

5. Dekkleur en buikkleur

De dekkleur is glanzend diepzwart over het gehele lichaam. De buik en borst zijn iets doffer van kleur door een geringere glans. De oogkleur is donkerbruin. De nagels zijn donkerhoornkleurig. De snorharen zijn zwart.

6. Tussen- en grondkleur

De diepzwarte dekkleur zet zich zo ver mogelijk naar de haarbasis voort. Hoe dieper het zwart zich naar de haarbasis uitstrekt hoe beter. De grondkleur is diepblauw, hoe intenser hoe beter. De grondkleur is niet scherp begrensd.

 

7. Lichaamsconditie en verzorging

Het spreekt vanzelf, dat op een tentoonstelling of keuring het konijn in de beste conditie aanwezig moet zijn. Het lichaam is goed bevleesd en gespierd en voelt hard aan. Slappe, magere of te vette dieren zijn ongewenst. De nagels zijn regelmatig en evenwijdig met het loopvlak geknipt, zonder het "leven" te raken, ook de duimnagels. Het gehele dier, met name de pels, de voetzolen, de nagels, de binnenzijde van de oren, de geslachtsdelen en rondom de anus moet schoon zijn. De pels is vrij van klitten. Het oog ishelder en tintelt van levenslust. Een dier dat aan een keuring mee doet, dient goed getraind te zijn, zodat de aanwezige rasadel door een goede stelling wordt getoond.

Lichte fouten

Geringe afwijking in type. Geringe afwijking in bouw. Pels iets grof. Iets zachte pels. Iets lange pels. Iets slappe pels. Iets weinig onderhaar. Wat weinig ontwikkelde kop. Iets afwijkende kopvorm, vooral bij rammen. Oorlengte binnen de aangegeven grenzen, maar niet geheel in verhouding tot de lichaamsgrote.
Zie verder algemeen gedeelte standaard ook voor de kleur.

Zware fouten.

Grote afwijking in type. Grote afwijking in bouw. Pels te grof.Te lange pels. Te zachte pels. Te slappe pels. Te relojes de imitacion weinig onderhaar. Te weinig ontwikkelde kop. Te sterk afwijkende kopvorm. Oorlengte te lang of te kort.
Zie verder algemeen gedeelte standaard ook voor de kleur.